How valid are EEG, ECG, and GSR measurements for measuring stress in the workplace?
Student: Yenthe Kleijn
Organisatie: Workplace Vitality Hub (WPVH)
Dit onderzoek richt zich op de vraag of stress betrouwbaar kan worden gemeten met behulp van fysiologische indicatoren. In een systematische literatuurstudie wordt de validiteit onderzocht van drie veelgebruikte meetmethoden: hartactiviteit (ECG en hartslagvariabiliteit), hersenactiviteit (EEG) en huidgeleiding (GSR/EDA).
Het doel van het onderzoek is om te evalueren in hoeverre deze fysiologische signalen daadwerkelijk stressreacties weerspiegelen en welke mogelijkheden zij bieden voor toepassing in dagelijkse situaties en op de werkplek.
Op basis van tien onderzochte studies blijkt dat ECG-metingen het meest valide zijn voor het detecteren van stress, doordat veranderingen in hartactiviteit en hartslagvariabiliteit nauwkeurig kunnen worden gemeten. Deze methode is echter minder praktisch in werkomgevingen vanwege draagcomfort en gevoeligheid voor beweging.
PPG-metingen, met name via moderne sensoren zoals oordopjes met morfologische analyse, blijken een veelbelovend alternatief. De prestaties zijn vergelijkbaar met ECG-metingen, terwijl de technologie praktischer toepasbaar is in dagelijkse werksituaties. Hierdoor lijkt PPG momenteel de meest geschikte optie voor stressdetectie in bedrijfscontexten.
EEG-metingen bieden weliswaar diepgaand inzicht in hersenactiviteit, maar zijn door praktische beperkingen en gevoeligheid voor artefacten minder geschikt voor dagelijks gebruik op de werkvloer. GSR/EDA-metingen zijn gevoelig voor context en beweging en worden daarom vooral gezien als een aanvullende sensor, niet als primaire indicator voor stress.
Het onderzoek concludeert dat ECG de meest valide methode is voor stressdetectie, maar dat nieuwe PPG-technologie momenteel de meest praktische en toepasbare oplossing biedt voor gebruik in werkomgevingen.
Januari 2026
